Als ik kijk naar de tweede van de Tien Grote Voorschriften (
ze staan hier allemaal uitgeschreven), dan luidt deze als volgt:
Ik beloof het eigendom van anderen te respecteren.
Ik vind het het makkelijkst om deze zin letterlijk op te vatten. Ik beloof geen materiele spulletjes van een ander toe te eigenen. Gij zult niet stelen.
Ik zou dat woordje "eigendom" echter ook figuurlijk kunnen zien. Of het niet enkel voorbehouden laten zijn aan
materieel eigendom. Ik zou het breder kunnen nemen. Gedachten, emoties en handelingen van een ander zijn zo ook (in figuurlijke zin) als eigendom van een ander te zien. Nu kun je de discussie aangaan of iets uberhaupt in eigendom kan zijn, maar dat bedoel ik in dit postje even niet.
Wat ik bedoel:
Respecteer ik boosheid van een ander?
Respecteer ik onvermogen van een ander?
Respecteer ik van een ander iets dat hij of zij doet of zegt en dat ik noooooit zo zou doen of zeggen?
Een aantal jaar geleden kwamen er foto's in het nieuws van een Amerikaanse vrouwelijke militair die in een gevangenis in Irak een naakte gevangene aan een lijntje vasthield. Dat was voor heel veel mensen heel erg schokkend. Toen ik haar op de foto zag, dacht ik:
"Ik zou ook zo kunnen zijn."
Dat was nog veel schokkender.
Na veel zazen (in mijn geval dan, ik spreek voor mezelf) sloop er een groot Niet-Weten in mijn beoefening. Niet Weten wie ik ben en Niet Weten wie of hoe ik morgen zal zijn. Kan ik met zekerheid zeggen dat ik nooit of te nimmer iemand zal ombrengen, of aan een lijntje vast zal houden met als doel te martelen? Kon zij dat, toen ze nog een klein meisje was? Tuurlijk, ik heb normen en waarden meegekregen (zij vast ook). Ik heb geleerd dat het niet mag en ik hoop echt met hart en ziel dat ik nooit zoiets zal doen. Maar zegt dat dat ik ook daadwerkelijk nooit zoiets ergs zal doen? Wat weet ik Echt van mezelf?
Vanuit dat grote Niet-Weten wordt de Bodhisattva geboren, de -laat ik het simpel zeggen- mededogende, compassievolle mens in mij. Vanuit dat Niet Weten ben ik immers altijd gelijkwaardig aan de ander. Want ik weet net zo weinig over mijzelf en mijn handelen dan over de ander en zijn handelen. Niets.
En dat zit ook in kleine dingetjes, niet enkel in zulke grote, schokkende martel-gebeurtenissen. Maar ook als een vriend boos is, of als ik een ander zijn handelingen niet begrijp. Vanuit dat Niet Weten ontstaat dan ook die gelijkwaardigheid. Ik beloof jouw eigendom te respecteren, want niets zegt dat het mijn eigendom niet zal zijn - nu, of in de toekomst. Niets zegt dat ik anders (beter, slechter, hoger, lager, etc.) ben of anders zal zijn dan jij.
En volgens mij zijn al die Grote Voorschriften er (onder andere) om mij op deze kern te wijzen, zonodig telkens weer opnieuw.
Wijs en mooi opgeschreven. Maar ook ingewikkeld (voor mij dan, he) en paradoxaal: want deze lezing van het Tweede Voorschrift houdt ook in dat niets zegt dat je sowieso ook maar Enig Voorschrift zult naleven...toch?
Sam - maandag, 16 maart 2009 - 09:06:30
Ja, absoluut. Dat maakt dus ook onderdeel uit van dat inzicht in Niet Weten.
Marloes - maandag, 16 maart 2009 - 09:40:40
David D - maandag, 16 maart 2009 - 12:11:09