Een paar nachten geleden werd ik wakker met een inzicht:
ik ben waar.
Dit bracht me onmiddellijk rust; ik hoef niet te vrezen. Zelfs de dood niet. Er volgde een inzicht op: er kan alleen maar leven zijn. “Ik ben het leven”, zei Jezus dan ook na “Ik ben de waarheid.”
ik ben waar.
Deze diepe realisatie, ik ben waar, brengt vanzelf de voorschriften.
Wat het “ik” in dit inzicht is, weet ik niet. Maar dat hoeft ook niet. Het doet niets af aan de volheid van dit inzicht. Integendeel: dat “ik” dient voor de volheid van het inzicht ongedefinieerd te blijven. Beter denk ik er helemaal niet over na, over wat dat “ik” is. Ik denk er namelijk al snel te klein over.
Wel is het belangrijk dat de volheid van dit inzicht mij volledig en totaal eigen is. Dat wil zeggen dat ik het niet buiten mijzelf dien te plaatsen, wat dat mijzelf ook moge zijn. Het inzicht is volledig vereenzelvigd met mij, mijn lichaam. Er zit geen verschil tussen. “God is waar” of “de Dharma is waar” is ook juist, en wellicht handiger om te zeggen als men de neiging heeft het “ik” te klein te maken of te houden, maar het kan ook gebeuren dat deze woorden niet volledig toegeëigend zijn, ze een klein beetje buiten mijzelf gehouden worden. Dit is het verschil tussen “an object of mind” (niet volledig eigen) en “receptive samadhi” (het grenzeloze eigene).
ik ben waar.
Dit is "vorm is vorm", dat komt na "vorm is leegte en leegte is vorm". Het doet me als het ware vollopen. Het doet me tot vorm komen, echt en waar, zonder dat noodzakelijk is te weten wat die vorm inhoudt en zonder dat het noodzakelijk is dat die vorm constant blijft.
De Man, Gaston en ik hebben voor binnenkort een lang weekend Berlijn geboekt. We zijn daar eenmaal eerder geweest en ik voelde me onmiddellijk thuis in die stad. Ik vond het heel prettig om er rond te lopen en van alles te bekijken. Dit keer neem ik mijn monnikspij ook mee, want ik ga zazen beoefenen in de openZendo op het plein voor de Brandenburger Tor..
Mijn ervaring met de openZendo is inmiddels dat het een behoorlijk stille oefening is. Zelfs in de drukte op de Vrijmarkt was mijn openbare zazen in monnikspij geen aanleiding voor commotie of iets in die zin. Mensen liepen gewoon voorbij. Een paar keken, de meeste niet. Ik val tot nu toe, waarschijnlijk onder andere omdat ik totaal niet beweeg, gewoon weg in "het landschap", of dat landschap nou een grasveld betreft, of een drukke straat. Er is nooit zo veel aan de hand; er is alleen maar zitten. En dat is best een interessant gegeven.
Hoe de sesshin voor mij persoonlijk geweest is, begint eigenlijk alweer te vervagen tot iets dat niet meer zo belangrijk is. Ik schrijf het voornamelijk op om u een plezier te doen.
[Meer...]
Als mensen binnen de spiritualiteit problemen krijgen met de moraliteit, is dat vaak vanwege het feit dat ze het Absolute teveel tot ding maken, dingen aan denken te kunnen ontlenen, en daarmee het Absolute teveel als eindstation beschouwen. Daar kom ik eigenlijk steeds meer achter, ook weer na de sesshin van afgelopen week.
Maar het Absolute is niet iets. Het is daarmee echter ook niet niets. Kan dat? Ja, dat kan. Het kan echter maar op één manier, die gemanifesteerd wordt op tienduizend manieren. En die ene manier ben ik. Echter is die laatste zin veel en veel omvattender dat dat-ie op het eerste gezicht lijkt.
Ik heb hier al wel eens een stukje over geschreven. Over dat het niet afdoende is te realiseren dat vorm leegte is, en leegte vorm. Dat er nog wat na komt. (Leegte is leegte en vorm is vorm.) Ik ga de komende dagen dat stukje herzien, ik heb de wens het nog meer te verhelderen. Voor mezelf en daarmee eventueel voor anderen. Dit voelt voor mij eigenlijk aan als een soort appèl, om maar weer even aan de sesshin te refereren. Een roep tot verheldering die in mijn ogen waardevol is.
Volgende week valt openZendo op koninginnedag. Het wordt dan moeilijk voor me om naar het Lepelenburg park te lopen, vanwege de mensen en alle dingen op straat. Ook is in het park zelf dan de kindervrijmarkt aan de gang.
Daarom heb ik besloten om openZendo op koninginnedag gewoon hier voor mijn deur te houden, tegenover de nonnen. Hier voor de deur is ook Vrijmarkt, dus zal ik temidden van de herrie en het feestgedruis (al valt dat om 10.00 uur nog wel mee) op de stoep een "stiltecentrum" inrichten waar ik zazen zal beoefenen.. Er is wat moed voor nodig, en waarschijnlijk zit ik alleen, maar ik kan de mogelijkheid natuurlijk niet zomaar voorbij laten gaan. Je bent van harte welkom om mee te komen zitten!
In de Shobogenzo schrijft Dogen op een gegeven moment dat de tanden gepoetst dienen te worden met een wilgentwijgje. Hij heeft in China gezien hoe sommige monniken aldaar hun tanden poetsten met een borsteltje met paardenhaar. "What a pity!" schrijft hij, "They are outsiders of the Way!"
Het leuke hieraan is: hij heeft natuurlijk gelijk. Daarom poets ik mijn tanden met een tandenborstel.
De Man en ik hebben dit jaar behoorlijk wat op ons bordje gekregen. Dingen die nog steeds van invloed zijn op ons dagelijkse leven. En ook de afgelopen week stond weer in het teken van een heftige gebeurtenis.
Tijd voor wat anders dus. Het kopen van een nieuwe bril. Mijn oude zit al een tijdje met plakband aan elkaar geplakt. En De Man wilde al een poosje graag een zonnebril op sterkte voor tijdens het auto rijden. Daarom liepen we gisteren gezamenlijk naar de Pearle op de Oudegracht, daar waar vroeger het Engelse winkeltje Covent Garden zat.
Het punt is dat ik inmiddels niet meer kan zien hoe brillen me staan. Daar zie ik te slecht voor. Ik kan met zo'n nieuw brilletje op turen wat ik wil in de spiegels, maar ik zie het nauwelijks. Daarom zocht mijn echtgenoot brillen uit die voldeden aan mijn beschrijvingen van mijn wensen en bekeek ik ze in mijn handen. Ik zette ze op en op een gegeven moment zei de verkoopster dat dat bepaalde montuur mij "zachter" stond, me een open blik gaf. En ik "zag" dat het goed was en koos voor dat montuur.
Ik vond het heel fijn bij mezelf te merken dat ik erop kan vertrouwen, dat het goed is, en het verder op zijn beloop kan laten. Ook al zie ik het dus niet. Ik bleef er heel rustig onder.
Zo ook bij het meten van mijn ogen. Aangezien mijn rechteroog inmiddels ook uitval in de centrale visus kent, kan ik er nauwelijks nog letters mee lezen. Dus kost het heel veel tijd de goede sterkte voor dit oog te vinden. De verkoopster was echter heel geduldig. Ze wist zelfs van mijn oogziekte af. Toen mijn echtgenoot en ik allebei geslaagd en wel weggingen hebben we haar bedankt voor de goede zorgen. Fijn dat er nog steeds zulke verkoopsters bestaan.
Gisteravond zijn we vervolgens naar de Japanner Kyushu in de Voorstraat gegaan. We vroegen de serveerster of de kok voor een bepaald bedrag zelf wilde bepalen wat hij ons voor zou zetten. Dat was een goede keuze. De meest heerlijke dingen kwamen voorbij. Vergezeld van een hoop warme sake resulteerde het in een topavond. Thuis viel ik als een blok tegen mijn man aan in slaap.
Ik voel het ook, diep in mezelf. Vaak beschuldig ik in gedachten anderen ervan, dat ze hun machteloosheid bij mij neerleggen, en vergoelijk ik deze beschuldigingen voor mezelf door het "ruthless compassion" te noemen. In de naam der liefde. En soms, soms is er ineens een moment dat die gedachten stoppen en ik het ten diepste in mezelf voel. Niet langer naar buiten gedrukt, ervaar ik het ten volle. Dan is mijn hele lichaam machteloosheid. Een heel intens en rustig gevoel, hardop zwijgend.
Vandaag in de openZendo brengt de wind mij de geur van kettingzagen en vers hout.
-
Later, thuis. Dat eeuwige verlangen, en dat ondoenlijke gespartel in zo-genaamde beloften. Wat een kwelling is dat toch.
-
Ik lees op mijn ereader het boek Paradijs verloren van Cees Nooteboom uit. "Levens worden nu eenmaal in langdurige processen toebereid." Eerder voltooide ik Nachttrein naar Mandalay. Ik pak het boek Diepe wildernis: de wegen van Joao Guimaraes Rosa weer op en begin waar ik was gebleven. Mijn ogen kunnen weer een poosje de kleine, papieren lettertjes aan.
Toen ik afgelopen maandagochtend op het platform van de nog niet overdekte muziekkoepel van het Lepelenburg park ging zitten, was het nog droog. Ik zette mijn trilwekkertje en begon met zazen. Al gauw vielen de eerste spettertjes. Ik hoorde ze neerkomen op de rand van mijn hoed en voelde ze tegen de huid van mijn gezicht spikkelen. Ik vond het heel intiem. Dat werd nog eens kracht bijgezet toen zo rond kwart over tien verschillende kerkklokken begonnen te beieren. Het kwam zo binnen. Ik werd aangeraakt.
Toen ik gisterochtend kort na het wakker worden buiten liep met de hond, merkte ik dat er iets was veranderd. Ik zag anders. Maar ik kon niet grijpen wat ik dan anders zag. Of mijn gezichtsveld af was genomen, of het licht minder goed gefilterd werd, of de kleuren fletser waren, ik wist het niet. Maar het was anders. Dat stond buiten discussie. Ik voelde als het ware mijn hersenen proberen om te gaan met een onbekende verandering. Het voelde unheimisch. Alsof ik mezelf even kwijt was.
Het feit dat ik zie, dat ik (zintuiglijk) waarneem, is al genoeg om identiteit aan te ontlenen. Dat alleen is al een zeer subtiele vorm van egoïsme. Het valt alleen niet als zodanig op, omdat het voor de meeste mensen iets heel normaals is, kijken, horen. Ja: ik heb het over het waarnemen an sich. Niet over de manier waarop. Want over het laatste is al veel gezegd. Maar dat we waarnemen, is een egoïsme dat snel over het hoofd wordt gezien.
Het is de grootste misvatting binnen de spiritualiteit. (Naast misschien het: "Ik mag me gedragen zoals ik wil, want alles is toch al Dharma." en het "Ik heb zeggenschap over mijn eigen karma.") Dat ik los moet komen van mijn eigen ego. Want als ik heel goed oplet, ontdek ik dat ego altijd aanwezig is. Zelfs in het feit dat ik zie zoals ik zie.